
de Volkskrant
29 mei 2018 dinsdag
Section: V Opening; Blz. 2
 ENITH VLOOSWIJK
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: Acht op de tien jongeren zien het verschil niet tussen nep- en echt nieuws.
Klopt dit wel?
Van wie komt die claim?
'Niets doen is geen optie', stelde de Europese Commissie onlangs in een voorstel om burgers te beschermen tegen 'desinformatie'. Russische trollen en ander gespuis bedreigen met nepnieuws onze democratie. Acht op de tien middelbare scholieren zou deze leugens niet kunnen onderscheiden van echt nieuws. Met gedragscodes voor sociale media, factcheckers en cursussen mediawijsheid op school wil Brussel het tij keren.
Klopt het?
Het rapport waarin de claim vetgedrukt staat, verwijst met een voetnoot naar een artikel op de website van Education Week, een Amerikaans tijdschrift over onderwijs. De auteurs, twee onderwijswetenschappers van Stanford University, onderzochten de mediawijsheid van in totaal 7.804 scholieren en studenten. Hun vermogen informatie op het internet te beoordelen, noemen de auteurs 'in een woord: zwak'. 

Ze voerden vijftien experimenten uit. Bij een daarvan kregen 203 tieners een screenshot te zien van een website. Ze moesten zeggen welke stukken verwezen naar journalistieke artikelen en welke naar reclame. Acht op de tien proefpersonen zagen het verschil niet. 

Een tweede groep kreeg een gemanipuleerde foto te zien, geplukt van social media, met 'gemuteerde bloemen nabij de kerncentrale van Fukushima'. De jongeren moesten uitleggen of de post krachtig bewijs bevat over de omstandigheden nabij de kerncentrale. Bijna 40 procent antwoordde positief. Slechts 20 procent van jongeren zette vraagtekens bij de bron van de post en de foto. 

De percentages die de Europese Commissie noemt in het rapport, lijken gebaseerd op de testresultaten. Wat zeggen die over het wel of niet kunnen onderscheiden van nepnieuws door Europese jongeren? Weinig, denkt communicatiewetenschapper Alexander Pleijter van de Universiteit Leiden. 'Het doel van dat onderzoek was helemaal niet te kijken of jongeren in staat zijn om fake news te herkennen.' 

Volgens de Europese Commissie zelf betreft nepnieuws namelijk incorrecte of misleidende informatie gericht op financieel gewin, of met als doel openbare schade aan te richten. De experimenten bevatten geen berichten van dien aard. Het onderzoek toont wel aan dat jongeren slecht zijn in het beoordelen van informatie in het algemeen. 

Grootschalige Europese onderzoeken over de beoordeling van nepnieuws ontbreken. Wel laten landelijke studies zien dat mensen moeite hebben bronnen op waarde te schatten, zegt communicatiewetenschapper Judith Möller van de UvA. 'Uit onderzoek naar het onderscheid dat mensen maken tussen advertorials en krantenartikelen komt vrij consistent naar voren dat mensen van alle leeftijden dat niet erg goed kunnen. Ook blijkt uit recent onderzoek van Kennisnet onder Nederlandse jongeren dat ongeveer een kwart niet weet waarop te letten bij de beoordeling van onlinebronnen.
Eindoordeel
Hoeveel Europese jongeren nepnieuws van echt nieuws kunnen onderscheiden, is niet onderzocht. Duidelijk is dat veel mensen moeite hebben bronnen te beoordelen.



